





Arths linkerarm is geamputeerd. Zal hij ooit werk vinden?
Arth Samang is een kleine guitige jongen. Hij woont in een gevaarlijke streek. Overal langs de weg staan er rode bordjes met doodshoofden die aangeven dat er landmijnen liggen. Die zijn er de voorbij dertig jaar neergelegd door allerlei gewapende groeperingen.
Arth was op stap met zijn broer toen hij op zo’n landmijn liep, op 20 augustus 2001. Ze zochten brandhout en waren een beetje van de weg afgeweken omdat ze hoopten daar meer hout te vinden. Arth moest zes dagen in het ziekenhuis liggen en raakte zijn linkerarm kwijt. De amputatie was nodig om zijn leven te redden. Sindsdien zijn nog twee mensen uit zijn dorp op een landmijn gestapt.
Arths ouders zijn dagarbeiders. Ze zagen hout, helpen bij de oogst, doen zwaar werk … Ze hebben nooit regelmatig werk en het leven is hard voor de hele familie. Arth wil later echt werk vinden en gaat daarom elke dag naar school, op meer dan vijf kilometer van zijn huis.